14 september 2007

Bericht 14 | Over het mortuarium en een doodskist

De dochter (15) van een van onze patiënten is overleden. Een begrafenis komt voor de meeste Kenianen dicht bij onbetaalbaar, dus aan ons als Care & Compassion wordt altijd gevraagd wat wij voor ze kunnen betekenen. Wij besloten dat wij voor het transport van het lichaam konden verzorgen.

En zo belandde ik (Jisca) vorige week met onze chauffeur in de matatu op weg naar het mortuarium. Daar aangekomen stond de hele familie te wachten.
Ze gingen het mortuarium in om afscheid te nemen. Terwijl de familie om de brancard heen stond waar het meisje op lag, stonden ze op een brancard daarnaast het volgende lijk klaar te maken. Ik zal het niet omschrijven wat ik daar heb gezien. Ik weet niet of ik aandurf om de confrontatie aan te gaan als ik omzet in woorden wat ik nog op mijn netvlies zie. Het zag er niet respectvol uit. En dertig centimeter van de brancard stond de familie hard te proberen om niet te zien wat er naast hun gebeurde.

Omdat wij verantwoordelijk waren voor het transport van het lichaam ging ik op zoek naar de kist. Nergens te vinden. En niemand die me er iets over kon vertellen. Ik besloot polshoogte te gaan nemen bij het stalletje verderop waar de kist gemaakt zou zijn.

Klein facilitair probleem: de bon van de kist ontbrak. Dus terwijl er een aantal mensen op zoek gaan naar de eigenaar van de bon, en wij wachten totdat wij de kist mee mogen nemen, staan wij een praatje te maken met de eigenaar. Hij zou geen ondernemer zijn als hij mij niet een van de duurste kisten probeert te verkopen. Helaas voor hem ben ik nog niet van plan om er een nodig te hebben, wat hij duidelijk betreurde.

Na een lange tijd kwam er eindelijk een bon tevoorschijn, en daar kwam de kist. Maar zoals de Afrikaanse cultuur al bekend staat: ze waren de afspraken niet na gekomen en de kist was nog niet af!

Twee en een half uur later waren ze eindelijk zo ver. Met de kist achterin het busje en minstens 6 enorme Keniaanse vrouwen bovenop de kist en nog 6 ergens anders in onze auto gepropt togen we naar het huis.

Voorop reed een truck, de laadbak puilde uit met dronken mannen en joelende en gillende vrouwen. Daarna volgde, onder begeleiding van zang en geklap, onze auto.
Als derde volgde nog een matatu, waar oorverdovend op fluitjes werd geblazen.

Non-stop werd de claxon gebruikt om iedereen te laten weten dat er een begrafenis ging volgen. Toen we in hun ‘wijk’ kwamen gingen ze langzamer rijden zodat iedereen mee kon rennen met de stoet. Kinderen klommen op de daken van de auto’s en het huilen en krijsen van familie en kennissen was onvoorstelbaar luid.

Tot we een lekke band kregen... ik weet eigenlijk niet hoe ik kan omschrijven hoe het voelde om met een lekke band te staan. Terwijl onze chauffeur de band verwisselde stond iedereen om ons heen te schreeuwen. Ik was in ieder geval erg blij toen we onze tocht verder konden zetten.

Het gehuil van de familie echot nog na in mijn oren. Zulke momenten helpen je na te denken over het leven en de dood. Waar ligt de prioriteit van ons leven? Hechten we waarde aan de juiste dingen?

Wat en waar zal onze toekomst zijn?